Hoeveel mensen riskeren hun baan om anderen te helpen? Dick-Jan van Beek deed het. Van zijn werkgever kreeg hij te horen dat als hij naar vluchtelingenkamp Lesbos in Griekenland zou gaan, hij niet meer terug hoefde te komen. Hij kon niet anders dan vluchtelingen daar helpen, ook al kostte het hem zijn eigen baan. In Brandstof vertelde hij maandag over dat proces, dat verder terug ging in de tijd, toen hij een hart voor vluchtelingen kreeg in een persoonlijke zoektocht naar de betekenis van het geloof.

“Vorig jaar ben ik naar Lesbos geweest, en ik wilde nog een keer terug. Na de brand in kamp Moria moest ik iets doen. Ik maakte plannen om drie weken die kant op te gaan. Dat was al lastig te regelen in mijn baan in een verpleeghuis. Uiteindelijk kreeg ik akkoord, maar toen bleek dat ik ook tien dagen in quarantaine moest. Dat bleek een breekpunt te zijn.  Een onzekere, zware tijd volgde: ga ik wel, of ga ik niet? In mijn hart had ik al besloten te gaan. Ik kreeg te horen: als jij tóch wil gaan, dan eisen we van jou dat je ontslag neemt. Dat heb ik niet licht overwogen. Toen we op een zondag naar een dienst van Mozaïek0318 keken, sprak Tiemen Westerduin over Gideon. Die preek raakte me, omdat Gideon ook iets moest gaan doen dat onmogelijk was. Uiteindelijk was dat het moment voor mij dat ik dacht: Dit komt wel goed. Wel een hele stap hoor, want ik heb gewoon een huis en een gezin.”

“Ik had niet altijd een hart voor vluchtelingen. Een aantal jaar geleden dacht ik na over de kerk en het evangelie: is dit het nou? In die zoektocht ontdekte ik: waarom doen we niets voor vluchtelingen? Ook zijn in korte tijd mijn ouders, twee broers en een oom overleden. Dat had impact: hoe kan dit toch? Het zet je aan het denken over de waarden in het leven. Er was een soort onrust in mijn hart. Als we het evangelie brengen, moeten we het ook dáár brengen waar mensen ontredderd zijn. Niet met woorden, maar in dit geval ook met daden.”

Luister hier het gesprek met Dick Jan van Beek terug: