In buurt-en-kerkhuis Bethel is al meer dan 1000 uur een voortdurende kerkdienst gaande om te voorkomen dat het gezin Tamrazyan wordt teruggestuurd naar Armenië. Marien Korterink ging langs! “Wij willen in gesprek met de overheid. Dit is de enige manier waarop we dat konden creëren”.

Het is donderdagochtend, 6 december. De deur van de Bethelkerk zit op slot, bezoekers moeten aanbellen. De één na de andere voorganger volgt in de voortdurende kerkdienst. “We doen dit om tijd en ruimte scheppen voor het Armeense gezin om hun zaak opnieuw aan de orde te brengen”, vertelt Hettema.

Maar is een voortdurende eredienst daarvoor wel het goede middel? “Wij denken dat dit lof aan God is, zegt Theo Hettema, voorzitter van de Protestantse Kerk in Den Haag. ‘Een eredienst is om God te eren en te loven. Dat doen wij door ons te bekommeren om onze naaste die het nodig heeft.”

De Bethelkerk wil met de overheid in gesprek. “Dit is de enige manier waarop we dat konden creëren. We bidden voor het gezin en de overheid, voor iedereen die verantwoordelijk is. Dat zou in elke kerkdienst moeten gebeuren, alleen wij nemen er wat meer de tijd voor.”

Bergrede

De bel gaat. Voor de deur staat dominee Arrie van Nierop uit Beverwijk. Recent kreeg hij de vraag: wil je voorgaan? “Ik vond deze oproep dermate authentiek en belangrijk dat ik dacht: daar wil ik graag aan meedoen.” Tussen 10 en 12 behandelt hij de hele bergrede. “Het begint met ‘Gelukkig zij’, ik zie dit als het programma voor het Koninkrijk van God in nieuwtestamentische vorm. Daar liggen denk ik ook veel aanknopingspunten bij het kerkasiel.”

Buurtbewoner Erika komt net de dienst uit. “Ik kom hier omdat ik het een geweldige en ontroerende en hoopvolle manier vind om iets te zeggen tegen onze overheid en samenleving. Dit gaat ergens over. Nu heel concreet over deze familie, maar het gaat om meer. Een diep verlangen naar humaniteit. Dat sluit een goed vluchtelingenbeleid helemaal niet uit.”

Een andere bezoeker komt helemaal uit Amersfoort op zijn vrije dag: “Ik vind het goed om wat solidariteit met vluchtelingen te hebben en het leek me mooi om de dienst mee te maken.” Hij raakt ontroerd als hij vertelt: “Ik verwacht in de dienst iets met de gemeenschap mee te beleven en iets van Gods liefde te ervaren.”

De reportage kun je hier terugluisteren.