
‘Wij mogen net als Jezus herstel brengen bij mensen die beschadigd zijn’
23 mei 2026Wat doen we als we merken dat onze kerk of gemeenschap mensen pijn doet? Hoe kunnen we, in de voetsporen van Jezus, bijdragen aan herstel? Esther Cozijnsen (38) sprak zaterdagmorgen tijdens Pinksterconferentie Opwekking over Matteüs 21. Het is een bekend Bijbelgedeelte over Jezus die in de tempel iedereen die iets verkocht eruit jaagde. En ook: er kwamen een blinde en verlamde naar Jezus toe en Hij genas hen. De Bijbel vertelt dat Hogepriesters en Schriftgeleerden zagen welke wonderen Hij deed. En ze hoorden kinderen in de tempel roepen: Hosanna voor de Zoon van David.
“Op dit punt in zijn leven had Jezus een grote groep volgelingen verzameld. De erkenning was nog nooit zo groot geweest. Maar er was ook felle tegenstand en kritiek. Dus vriend en vijand, aanhanger en criticus, iedereen hield zich bezig met de vraag wat komt Hij doen, vandaag in onze stad? Jezus gaat de poort onderdoor, Jeruzalem binnen en zet koers naar het tempelplein. En niet zonder reden. Hij gaat het tempelplein op en staat daar dan voor die grote tempel. Groots en verheven. Adembenemend prachtig. Alle stenen, alle afbeeldingen, alle details doen daar mee. Alles verwijst onophoudelijk Naar die grote Ik ben. Dit is een kostbare plaats. Dit tempelplein. En ik kan me zo indenken. Allereerst voor Jezus zelf, voor Hem persoonlijk. Want ga maar eens na. Het was dit plein waar Hij als baby'tje al werd opgedragen. In die handen van Simeon. Het was dit plein waar hij in discussie ging met de schriftgeleerden en de Farizeeën. En zijn ouders waren hem dagenlang kwijt.”
‘Hier wordt lief en leed gedeeld’
Esther vertelt dat Jezus van de tempel houdt. Net zoals wij houden van plekken waar wij samenkomen, zoals hier op Opwekking. En in de kerk of gemeente waar je mee verbonden bent. “Daar wordt lief en leed met elkaar gedeeld. Het is een plek waar het Woord van God jaar in jaar uit opengaat. Waar preken je raken en je ontregelen. En waar je vormende ontmoetingen hebt met Ik ben. Het zijn ook de plaatsen waar je bedrukt en belast binnenkomt. Maar een beetje lichter weer kunt vertrekken.”
Het raakt Jezus dat juist de plek die voor Hem zo belangrijk is, het Huis dat vol moet zijn van aanbidding een plek van handel is geworden. “Zijn heilig huis is vol van religieuziteit en aanzien, maar het mist gebed en aanbidding.”
Als het een rovershol blijkt te zijn
Hoe is dat in onze kerk of gemeente, en in ons eigen leven. Zijn we zo druk in ons hoofd en hart dat er geen ruimte meer is voor gebed? Jezus noemt de tempel een rovershol. Wat zo goed was, is geroofd. Esther hoorde in 2023 dat de leider van de christelijke organisatie waar ze aan verbonden was beschuldigd werd van misbruik van vrouwen die zij kende.
“Ik heb wekenlang vol ongeloof uit mijn keukenraam staan staren. Hoe was het mogelijk dat achter deze plaats waar zoveel zegen van uitging, zo'n systeem schuilging van misbruik: machtsmisbruik, seksueel misbruik, doofpotpraktijken …. Hoe was dat mogelijk op een plek waar dag en nacht aanbidding opsteeg naar de hemel. Dat dit gebeurde achter de geblindeerde ramen en de zorgvuldig vergrendelde kantoorruimtes. Mijn christelijke veilige grond zakte onder mijn voeten vandaan.”
Jezus ziet mensen die herstel nodig hebben
Daarom missen we hier misschien mensen, omdat zij een grote klap van de kerk gekregen hebben. Een generatie die het vertrouwen in de kerk verloor. In het verhaal in Mattheus zien we dat pijn en passie overvloeien in het hart van Jezus. Jezus grijpt in en hij keert een marktkraam ondersteboven. Jezus neemt de ruimte in de tempel in. Hij geneest en herstelt. Mensen die herstel nodig hebben, komen bij hem. Mensen zoals jij en ik.
Zijn wij beschikbaar?
“Wij zijn de handen en voeten van Jezus, te midden van onze tijd in samenleving. En wij mogen, net als Jezus, barmhartig genezing en herstel uitdelen aan de mensen om ons heen. Zijn wij beschikbaar voor de samenleving die zoveel op zich afkrijgt? Wij mogen een antwoord zijn en ruimte hebben voor herstel en genezing, om dat barmhartig uit te delen.
In een tijd van oorlog en crisis en polarisatie mag ons lied Hosanna zijn. Wij zijn de kerk die onvermoeibaar, onophoudelijk blijft verwijzen naar een persoon die redding geeft.”
Foto: Willem Jan de Bruin





