Samira werd geboren in een Marokkaans gezin waar vanuit cultureel oogpunt werd meegedaan aan religieuze tradities, zoals de ramadan. Zelf had ze weinig met religie. Toch voelde ze van binnen onrust en had ze last van depressieve gevoelens. In een nacht krijgt ze een visioen waarin een fel wit licht haar kamer vervult. Voor het eerst heeft ze die nacht een gesprek met God, waardoor een zoektocht langs alle religies en levensovertuigingen was begonnen.

Religie

“We deden mee aan de ramadan, vooral mijn moeder deed dat”, vertelt Samira dinsdag in Bij Jorieke op Groot Nieuws Radio. “Toen ik een bepaalde leeftijd had, begon ik ook mee te doen. Ik deed zeker een poging. Het wordt je gewoon meegegeven en daardoor is het normaal om mee te doen. Het hoort erbij in het Marokkaanse leven. Het komt voort uit de religie, maar ik deed het meer vanuit de opvoeding. Religie is niet gescheiden van de opvoeding.”

Tegelijkertijd begon Samira ook het uitgaansleven te ontdekken. Dat gebeurde stiekem, ze ging stappen in steden waar ze geen neven en broers kon tegenkomen. “Mijn moeder was er niet echt blij mee, maar wist dat ik het anders toch stiekem zou doen. In onze cultuur is het een beetje zo dat als je het niet in de hand kan hebben, dan praten we er gewoon niet over. En dan is het net alsof het er niet is.”

Ongelukkig

“Ik was de persoon die niet gelukkig was”, vertelt Samira. “Dat gevoel zat in mij en droeg ik in me mee van binnen. Het was iets geestelijks en zat in me, dat had ik natuurlijk niet door. Ik probeerde het probleem op te lossen met dingen buiten mezelf. Als je dan drugs ontdekt, kom je erachter dat als je blowt je een paar uur geen zorgen meer ervaart. Het werd een uitweg en gevaarlijk. De mensen om me heen en mijn ouders zagen dat ik ongelukkig was. Toen ik een goede baan kreeg, ben ik gestopt met blowen om het echt een kans te geven. Ik stortte me helemaal op mijn werk, maar dat was eigenlijk gewoon een andere uitweg dan het blowen.”

“Ik begreep het leven niet. En dat geeft onrust als je het niet begrijpt. Op mijn werk hadden ze dat al snel door. Ik ging van heel actief opeens naar heel passief. De energie en sprankeling was weg. Ik stond op een dieptepunt van mijn leven”, vertelt Samira.

Vuur

Toen Samira ging logeren bij een vriendin, kreeg ze ’s nachts een visioen. “Het begon bij mijn handen, die werden warm. Ze werden heter en stonden op een gegeven moment in vuur en vlam. Ik keek naar mijn handen, maar ik zag niks. Het ging door n aar mijn armen en het nam mijn hele lichaam over. Ik voelde vuur, alsof ik in brand stond. Het is alsof ik toen geestelijk wakker ben geworden. Ik raakte erg in paniek, mijn hart begon te kloppen en ik stond doodsangsten uit. Ik dacht dat ik dood ging.”

“Toen realiseerde ik dat als God bestaat, dat alleen Hij mij kan redden. Ik deed dus een schietgebedje: ‘God, als U er echt bent: ik wil niet dood, laat me leven!’ Ik begon mijn zonde aan Hem voor te leggen en te beloven dat ik daarmee wilde stoppen. Ik had geen idee waar dat vandaan kwam. Ik had niet een bepaalde God in mijn hoofd, ik richtte me gewoon tot de God die alles had gemaakt. Ik had geen idee.”

“Er kwam een wit licht in de ruimte, een licht dat me verblindde. Ik probeerde er naar te kijken, maar dat ging niet. Het was te fel. Mijn hart klopte in mijn keel. De volgende ochtend werd ik heel anders wakker, ik was echt veranderd. Ik was gedoopt door vuur. De Heilige Geest was in me gekomen. Terwijl ik smeekte voor mijn aardse leven, gaf God mij het hemelse leven.”

Het hele gesprek met Samira kun je hier terugluisteren.