
Matthijn Buwalda over stuntelend door het leven gaan: "We zijn allemaal een stel amateurs"
4 november 2026We willen allemaal graag grip krijgen op ons leven. We proberen keuzes te begrijpen, zoeken naar verklaringen en zijn vaak kritisch op onszelf als dingen niet gaan zoals we willen. Maar volgens Matthijn Buwalda hoeven we onszelf niet eindeloos te analyseren. Bij Thijs en Jorieke vertelt de zanger over zijn nieuwe album loslaten, vader zijn van drie tieners en zijn evangelische achtergrond. En over het besef dat we allemaal maar wat stuntelen in het leven.
Trots op het proces
Het album staat vol liefde, melodieën, herinneringen en twijfel. Matthijn is er trots op, en dan vooral op hoe het tot stand kwam. “Gewoon hoe we liedjes hebben geschreven, hoe ik met anderen liedjes heb gemaakt en hoe we het hebben gearrangeerd. We hebben opgenomen in een mooie studio. Heel veel gebeurde tegelijkertijd. Het was een soort livebandachtige setting, wat ik heel tof vind.”
Voor het eerst deden er ook een aantal andere muzikanten mee. “Ik heb met een aantal mensen geschreven met wie ik nog nooit eerder had geschreven. Het is gewoon heel tof om in die zin je grenzen te verleggen en nieuwe dingen te proberen, en dan te zien dat het werkt.”
Niet alles hoeven te begrijpen
Een van de nummers, Het leven, gaat over dat het leven altijd anders loopt dan je verwacht. Dat is niet altijd makkelijk te verklaren. Maar daarin zit volgens Matthijn juist een belangrijke les: “Het meeste begrijpen we toch ook niet? Dat is in elk geval mijn conclusie. Van het meeste begrijp ik heel weinig tot niets.” Loslaten is hem zelf nog niet gelukt. “Dat is nog niet gelukt. Dit is een oproep aan mezelf: laat het los.”
Hij wil niet blijven hangen in het idee dat hij eerst iets moet bereiken, voordat hij verder mag. “Of dat ik eerst mezelf helemaal kapot gepsychologiseerd moet hebben en alle handvatten bij mezelf gevonden moet hebben. En dan mag ik verder, want dan ben ik mijn gezonde zelf. Dat soort kreten. Waarom eigenlijk? Je mag sowieso verder.”
Een stel amateurs
Matthijn merkt dat het leven vaak maakbaar lijkt. Zeker op social media. “Misschien hebben we zelf ook wel een soort maakbaarheidsideaal op mentaal gebied. Ik kan mezelf fixen als ik maar lang genoeg gesprekken voer met mensen. Dan kan ik wegmasseren wat er eigenlijk niet zo leuk is aan mij. Volgens mij kan dat helemaal niet.”
Hij vindt dat je genade moet leren vinden voor de minder leuke dingen van jezelf. “En mensen om je heen verzamelen die daar ook een beetje mee kunnen omgaan. Dan mag je door.” Dat betekent niet dat je nergens aan hoeft te werken. “Kijk, als er dingen zijn die je echt belemmeren in je functioneren, dan moet je daar natuurlijk iets aan doen. Ga in gesprek. Maar soms denk ik: sla niet door in het voortdurend zoeken naar een betere versie van jezelf. Moeten we niet op een gegeven moment zeggen: we zijn allemaal een stel amateurs, allemaal een stel kneuzen? We doen allemaal dingen fout.”
Geen boekje over mij als vader
Waarom kiest hij voor het stuntelen? “Omdat dat voor mij de waarheid is. Ik kom er steeds opnieuw achter dat ik het leven aan het ontdekken en aan het uitvinden ben.” Dat geldt ook voor zijn rol als vader van drie tieners. “Dat doe ik voor het eerst. Natuurlijk zijn er boekjes, maar er was geen boekje over hem, want hij was er nog niet. En er was ook geen boekje over mij als vader, want die bestond daarvoor ook nog niet. Je bent dus continu aan het ontdekken.”
Het evangelische jongetje
Door de jaren heen is Matthijns muziek erg veranderd. Zijn verleden neemt hij ook nu mee in zijn muziek. Hij groeide op in een evangelische kerk, en daar schaamt hij zich niet voor. “Dat is onlosmakelijk met mij verbonden. Dat is een deel van wie ik ben. Dat is gewoon de reis die je maakt als mens, denk ik. Ik had die stap nooit kunnen overslaan en dan kunnen zijn wie ik nu ben.”
Er zijn ook dingen die hij nu anders zou doen. “Natuurlijk zijn er dingen waar je trots op bent, maar er zijn ook dingen waarvan je denkt: dat had ik niet willen doen, zeggen of zingen. Maar het is ook mooi dat je dat allemaal hebt mogen meemaken. Daar heb ik heel veel aan gehad en ik heb er heel veel door ontvangen.”
Zijn geloof is gebleven. “Ik ben een diep gelovig mens, dus ik zou niet weten waarom ik me ervan zou distantiëren. Maar ik hoef het ook niet van de daken te schreeuwen of me er juist heel erg tegen af te zetten.” Wel is er iets veranderd. “Mijn denken is veranderd en mijn muziek is veranderd. Ik zou nu niet meer de liedjes zingen die ik toen zong.”
Elke week een liveconcert
De muziek uit zijn kerk heeft hem veel gebracht. “Als je iets gaat maken, begin je altijd met imiteren. Dat is de eerste fase.” Op zijn vijftiende kocht hij van zijn bijbaantje een gitaar. “Toen mocht ik meespelen met die liedjes. Ik stond op een podium en mocht de tweede stem zingen. Op een gegeven moment mocht ik vooraan staan en zelfs zingen als leadvocalist.”
Hij ziet iets bijzonders in evangelische kerken, los van wat je van de teksten vindt. “Elke zondag livemuziek. Hoeveel kinderen groeien er nou op met iedere week een liveconcert? Eigenlijk niet zoveel. Je leert dat samen zingen heel gewoon is. Mensen gaan staan en beginnen met elkaar te zingen. Dat zijn prachtige dingen.”
Een diep gevoel van verbondenheid
Veel liedjes op het album gaan over liefde. Voor Matthijn is die het meest tastbaar bij zijn vrouw Annemieke en zijn kinderen. “Mijn kinderen hebben een bepaald soort liefde in mij losgemaakt die ik daarvoor nog niet kende. Ik dacht: oké, je kunt dus zóveel van iemand houden, onvoorwaardelijk. Dat was ook een soort bizarre ontdekking.”
Dat God liefde is, vindt hij ook belangrijk, maar moeilijker te grijpen. “Omdat God abstract is.” Hij noemt C.S. Lewis, die zegt dat wanneer wij over God praten, dat in Zijn oren waarschijnlijk klinkt als het gebrabbel van een kleuter. “Dat vind ik mooi. Daar denk ik ook zo over. Het zijn interpretaties vanuit mijn beperkte kennen en denken.” De liefde voor zijn gezin kan hij wel elke dag delen en onderzoeken. Hij omschrijft haar als “een heel diep gevoel van ergens bij horen. Ik ben van jullie en jullie zijn van mij, of zo. Een heel diep gevoel van verbondenheid.”
Een onuitputtelijke bron
Het mooie van liefde vindt hij dat je haar kunt uitdelen zonder dat je er zelf minder van krijgt. “In de wiskunde is dat natuurlijk onmogelijk. Je deelt of je vermenigvuldigt, en dat zijn twee tegenovergestelde dingen. Maar liefde kun je blijven uitdelen zonder dat je er zelf minder van krijgt. Het zijn geen communicerende vaten. Het is een onuitputtelijke bron waaruit je kunt blijven geven, zonder dat er voor jou minder overblijft.”
Hij beseft dat dit niet voor iedereen zo voelt. “Er zullen vast mensen zijn die nu luisteren en zeggen: supertof voor je, maar ik kom dit chronisch tekort. Wat moet ik dan uitdelen? Ja, ik heb makkelijk praten met een heel leuke jeugd en een heel gelukkig huwelijk. Dat besef ik terdege. Van iemand houden kan volgens mij uiteindelijk iedereen. Dat denk ik en dat wens ik ook.”
Het hele gesprek met Matthijn luister je bovenaan dit artikel terug.





