Het is het weer helemaal in: wildplukken. Of het nou gaat om paddenstoelen voor de soep of een bloemetje voor je moeder, heel veel mensen doen het of hebben het wel eens gedaan. Maar waar moet je nou op letten? ‘Bosbaas’ Edwin Cornelissen, zoals hij zichzelf noemt, is wildplukker en zoomt erop in tijdens de uitzending van De Nieuwe Morgen.

In de Nederlandse natuur groeit enorm veel dat gewoon te eten is. Paddenstoelen zijn daarvan het beste voorbeeld, maar zeker in de herfst kom je veel meer tegen weet Edwin. “Je hebt allerlei soorten noten, zoals de hazelnoot, de walnoot en de tamme kastanje. Verder zijn er bessen en vruchten als de sleedoorn, een soort wilde pruim.”

Waar niet iedereen bij stilstaat, is dat wildplukken officieel onder stroperij valt en dus verboden is. Ook Edwin is zich daar bewust van. “In het Wetboek van Strafrecht staat dat je niet mag plukken, tenzij je toestemming hebt van de beheerder van het terrein. Zelfs als het zou mogen, zou je het niet altijd moeten doen. Het is namelijk ook het voedsel van de wilde dieren die er leven. Je moet daar dus zorgvuldig mee omgaan.”

Of het nou zorgvuldig en helemaal legaal of niet, steeds meer Nederlanders gaan wildplukken. Hoe begin je daarmee en hoe doe je het goed? “Je hebt kennis van zaken nodig. Een app is een goed hulpmiddel, maar je hebt ook veldgidsen waarin planten en paddenstoelen staan genoemd. En niet alleen de plant zelf is belangrijk, ook de omgeving, zoals de boom of de grond waar hij op groeit. Zulk soort kenmerken kunnen het verschil maken tussen lekker eten en ziek worden of zelfs doodgaan.”

Beeld: Unsplash