
Hoe agent Diederik de Geus zijn identiteit terugvond na PTSS: "Ik ben een kind van God"
23 september 2026Zeventien jaar lang stond Diederik de Geus vooraan als politieagent. Zijn collega's noemden hem 'Super Died', omdat hij altijd net dat beetje extra deed voor anderen. Tot zijn lichaam er genoeg van had en hij PTSS opliep. In De Nieuwe Morgen vertelt Diederik hoe zijn geloof hem naar het politievak bracht, wat hem uiteindelijk brak en hoe hij zichzelf met Gods hulp weer terugvond.
Een keuze die je met God maakt
Diederik maakt belangrijke keuzes in zijn leven het liefst samen met God. Zo ging dat ook met zijn beroepskeuze. Tijdens zijn examenjaar op het Grafisch Lyceum vroeg hij zich af wat hij verder wilde. "Ik dacht altijd dat ik wilde tekenen, maar wat wil God met mijn leven? Dus ik heb gebeden, en in één week tijd kwamen er drie mensen naar mij toe en los van elkaar zeiden ze: 'Is politie niet wat voor je?'"
Die drie signalen waren voor hem genoeg. Toen dacht ik: oké, Heer, ik ga luisteren. En ik ben het politiewerk ingegaan. Achteraf was dat echt de beste keuze, want ik vond het werk fantastisch."
De mens achter de misdaad
Was hij als christelijke agent genadiger dan zijn collega's? "Wat wel hielp, is dat ik christelijk ben opgevoed en dat ik geloof in God: dat we allemaal kinderen van God zijn, geschapen door God," vertelt hij.
Als hij een boef gevangen had en die in de cel zat, maakte hij voor zichzelf steeds een duidelijk onderscheid. "Ik zei altijd: wat je deed was slecht, dat kun je haten. Maar wie je bent, is iets anders. Dus niet per se genadig, maar wel meer gefocust op: wie is die mens achter de misdaad?"
Tot hier en niet verder
Diederik stond altijd vooraan, deed altijd een stap extra, ook voor zijn collega's. "Ik dacht: ik ben toch de christen? Ik wil laten zien hoe wij mogen zijn." Maar daardoor vergat hij zichzelf. "Ik ben heel dankbaar dat ik God ken, want door alle ellende die je ziet, kan ik het in Zijn handen leggen. Ik heb ook veel respect voor collega's die God niet kennen, ik denk vaak: hoe hou je dat vol?"
Na zeventien jaar had hij dingen gezien die je eigenlijk niet hoort te zien. "Lijken, dodelijke verkeersongevallen, heel veel geweld, ook geweld naar mij toe. Een melding waarbij ik moest schieten. Op een gegeven moment zei mijn lijf: tot hier en niet verder."
Goed zijn voor jezelf
De gevolgen kwamen in een stroomversnelling. "Van de ene op de andere dag viel ik uit, het leek wel een soort kortsluiting in mijn hersenen. Ik kon geen licht meer verdragen, geen geluid. En ineens was die 'Super Died' weg. Wat bleef er dan nog over?"
Terugkijkend ziet Diederik daarin ook een belangrijke les. "Ik was heel goed in het liefhebben van mijn naaste, maar ik vergat het tweede deel: als jezelf. Goed voor jezelf zorgen is geen egoïsme, maar noodzakelijk om er ook voor anderen te kunnen zijn."
Alles kwijt, behalve God
In korte tijd verloor Diederik bijna alles wat hem dierbaar was. "In drie maanden tijd, nadat ik PTSS had opgelopen, raakte ik mijn huis kwijt. Mijn vrouw wilde scheiden, dus ik raakte ook mijn gezin kwijt." Ook zijn grote passie, muziek, kon hij niet meer beoefenen. "Door de melding waarbij ik moest schieten, hield ik een piep in mijn oor over. Ik kon geen muziek meer luisteren of maken."
"Dan denk je: alles wat ik in 38 jaar heb opgebouwd, is weg," vertelt hij. "Maar het enige wat er nog was en waar ik aan vast kon houden, was God. Want God is altijd Dezelfde. Ik dacht: als ik dat kan vasthouden, kan ik naar God blijven gaan." Hij vertelt eerlijk hoe donker die periode was. "In die tijd zat ik zo diep dat ik dacht dat de enige uitweg misschien was om uit het leven te stappen. Maar dat wilde ik niet: één omdat ik kinderen had, en twee omdat ik wist dat God er nog steeds was."
Een kind van God
Na vijf jaar intensieve therapie, waarin hij al zijn trauma's opnieuw moest doorleven, vond Diederik zichzelf terug. "Het is een lange, diepe, zware weg geweest. Maar uiteindelijk is het echt een getuigenis geworden. God heeft er weer iets moois van gemaakt, want ik ben aan de andere kant gekomen."
"Mijn identiteit is niet 'Super Died', of de Diederik die ik al die jaren was, ook privé," zegt hij. "Mijn identiteit is: ik ben een kind van God. En vanuit daar vul je alle rollen in die je hebt, het vader zijn, een partner of een collega. Dan kun je dat op een gezonde manier blijven doen."
Je bent het waard om hulp te vragen
Aan mensen die nog midden in een uitzichtloze situatie zitten, heeft Diederik een boodschap: "Je bent niet alleen, en je mag er echt over praten. Ook jij bent het waard om hulp te mogen vragen."
Juist voor christenen, en zeker voor hulpverleners, is dat volgens hem soms extra moeilijk. "Wij geven vaak hulp aan mensen, zeker als noodhulpverleners. Dus is het extra moeilijk om zelf hulp te vragen. Maar iedereen mag om hulp vragen. Jij bent het ook waard. Keer je naar God, vraag Hem om het in Zijn handen te mogen leggen. Want God heeft altijd een betere toekomst voor je en Hij kan alles ten goede keren."




