
Gerwin van der Plaats vond houvast aan het orgel: "Ik kan er alles in kwijt"
4 februari 2026In Thijs en Jorieke vertelt organist Gerwin van der Plaats zijn levensverhaal. Over een jeugd waarin het orgel al vroeg een hoofdrol speelde, maar ook over mishandeling, angst en het geloof dat hij kwijtraakte. En over hoe juist datzelfde orgel hem weer terugbracht bij God.
'Ik kan in het orgel alles kwijt'
Gerwin groeide op in Utrecht en Nieuwegein. In een kerkelijk gezin waar het orgel altijd aanwezig was. Dat zorgde ervoor dat het instrument vanzelf onderdeel werd van zijn leven. “Mijn vader speelde orgel en we gingen natuurlijk naar de kerk, twee keer per zondag. In de kerk hoorde ik het orgel en raakte daarvan onder de indruk. Thuis waren er grammofoonplaten en mijn vader speelde zelf ook. Het orgel was dus niet vreemd voor mij.”
Het spelen van het orgel is voor hem als het hebben van een relatie: "Ik kan in het orgel alles kwijt: mijn emoties, mijn vreugde. Mijn hele persoonlijke leven kan ik zonder woorden muzikaal tot uitdrukking brengen. Boosheid kan uit mij wegvloeien en vreugde kan via de muziek de kerk in stromen. Het is eigenlijk een liefdesrelatie. Het klinkt misschien vreemd met zo’n instrument, maar dat is het wel.
Lessen die geen lessen waren
De eerste orgellessen kreeg Gerwin van zijn vader. Het was alles behalve een succes. En dat het niets te maken met een gebrek aan talent: “Ik denk dat dat vooral komt doordat je van je eigen ouders minder aanneemt dan van een docent van buiten. Les van je vader neem je sneller met een korreltje zout dan wanneer een echte docent thuis komt.”
Toch bleef de fascinatie voor het orgel groot. Hij begon jong en zijn talent viel op. “Ik denk dat ik op mijn vijfde of zesde de eerste beginselen leerde, en op mijn negende kreeg ik mijn eerste aanstelling als reserveorganist in de kerk. Als ik die opnames van toen terughoor, vraag ik me af wat ze er mooi aan vonden, maar goed.”
Streng is zacht uitgedrukt
Thuis klonk veel orgelmuziek, maar het was daar niet veilig voor Gerwin. De strengheid van zijn vader ging veel verder dan duidelijke regels of hoge verwachtingen. “Dat uitte zich op allerlei manieren. Ik was vaak het kind dat als dom werd bestempeld, en dat werd hardop gezegd. Ik hoefde niet te helpen met afwassen, want ‘dat kon ik toch niet’. Een fietsband plakken hoefde hij me niet te leren, want ‘daar was ik te dom voor’.”
Ook het orgel, waar Gerwin zo van hield, werd door zijn vader een plek van angst. “Bij elke fout werd ik met harde hand gestraft: slaan, boosheid. Het eindigde vaak in ruzie en huilbuien.”
Overleven als kind
De gevolgen van de thuissituatie waren groot. Zelfs als klein kind al: "Als kind droomde ik veel, en door de thuissituatie werden die dromen soms nachtmerries. Ik werd vaak opgesloten op mijn slaapkamer en moest dan voor straf, als ik een enge droom had, in een ijskoud bad zitten, een kwartier lang. Dat zouden we nu gewoon kindermishandeling noemen.”
Praten over wat er gebeurde, was er niet bij. “Als het je overkomt, ga je in een soort overlevingsmodus. Er was toen weinig aandacht voor melden of praten; dat hoorde je niet. Ik weet niet of mijn moeder overal van wist, maar ik heb later ontdekt dat zij ook bang was voor mijn vader.”
Negatieve spiraal
De invloed van die jeugd is nooit helemaal verdwenen. Ook nu, tijdens concerten, kan die oude stem ineens weer opduiken. “Dat is nog altijd een worsteling. Als ik een fout maak tijdens een concert, verwijt ik mezelf dat meteen. Dan hoor ik dat stemmetje: zie je wel. Vervolgens loop je het risico in een cirkel te belanden: je maakt een fout, je wordt boos op jezelf, je maakt nog een fout, en zo kun je in een negatieve spiraal terechtkomen waardoor je niets meer durft.”
Soms ging die onzekerheid ver. “Ik heb wel eens na afloop boven op het orgel gezeten omdat ik niet naar beneden durfde, overtuigd dat ik slecht had gespeeld. En dan kwam ik uiteindelijk beneden en zei iemand: ‘Dit was het mooiste concert dat je ooit gegeven hebt.’ Zo groot is die invloed dus.”
Vooruit kijken
Toch weigert Gerwin om zijn leven te laten bepalen door wat geweest is. “Ik wil niet blijven hangen in wat geweest is. Ik wil vooruitkijken en anderen inspireren dat, wat je ook hebt meegemaakt, er iets moois uit kan groeien. Dat je zelfs dankbaar kunt zijn.”
Ook zijn geloof kreeg daarin een nieuwe plek. “Boosheid richting God is vaak niet terecht is. Je vergelijkt God soms met je aardse vader, maar dat klopt niet. We moeten God niet alles verwijten wat wij zelf wel of niet hebben gedaan, of wat we niet konden veranderen.”
Benieuwd hoe Gerwin God kwijtraakte, weer terugvond en nu elke keer weer vind in het orgel? Luister dan het hele gesprek hieronder terug!






