
Jacob van Wielink: Opvoeden van pubers gaat net zo veel over jou als over je kind
23 maart 2026Pubers opvoeden kan je flink aan het wankelen brengen. Je kind verandert, zoekt zijn eigen weg en stelt vragen waar je niet altijd direct een antwoord op hebt. Maar ondertussen gebeurt er nog iets: je komt als ouder ook jezelf tegen. Leiderschapscoach en schrijver Jacob van Wielink vertelt in Thijs & Jorieke waarom opvoeden misschien wel net zo veel over jou gaat als over je kind.
Een zoektocht naar identiteit
Opvoeden vraagt veel van ons persoonlijk leiderschap. Juist in de puberteit! Want dat is bij uitstek de tijd is waarin identiteit zich in de volle breedte ontwikkelt.” Jacob legt uit wat er dan gebeurt. “Dan komen de existentiële vragen op tafel: wie ben ik, wie wil ik zijn, hoe verhoud ik mij tot de wereld? Een puber denkt voor het eerst bewust na over zulke vragen.”
Dat maakt deze fase intens voor iedereen. “Het vraagt dus veel van een puber, maar minstens zo veel van de ouder, in hoeverre die bereid en in staat is om werkelijk nabij te zijn in die ontwikkeling. En precies daar gaat het in het ouderschap, vooral in de puberteit, vaak mis.”
Verlangens projecteren
Onbewust projecteren ouders vak hun eigen verlangen op hun kinderen. “Dat doen ze niet met kwade intenties. Veel ouders zullen zeggen: dat is voor mij niet aan de orde. Maar wie weet, misschien toch een beetje. Daarom is bewustzijn zo belangrijk: welke patronen draag jij eigenlijk over op je kinderen?”
Daaronder zit een veel diepere laag. Jacob legt uit: “Het gebeurt maar al te vaak dat ouders onbewust willen dat hun kind hén bevestigt. In hun onzekerheden, in hun verlangen naar waardering. Terwijl het andersom zou moeten zijn: dat een kind bevestiging ontvangt in wie hij of zij is. En daar is een kind niet voor op aarde.”
Boosheid mag er zijn
Een belangrijk voorbeeld is hoe we omgaan met emoties. “Veel kinderen leren al vroeg dat boosheid niet mag bestaan. Ouders zeggen snel: doe niet zo boos tegen mij, gedraag je, doe aardig. Maar boosheid is een gezonde, fundamentele emotie. Ze gaat over grenzen aangeven en bewaken.”
Juist op dat moment is verbinding cruciaal. “Kinderen worden vaak bij boosheid weggestuurd: naar hun kamer, naar de trap. Dan eindigt de verbinding exact op het moment dat er iets onderzocht zou moeten worden: waarom ben je boos? Wat gebeurt er bij jou vanbinnen?”
Volgens Jacob is het heel belangrijk om, in alle emoties, de nabijheid te blijven zoeken: “Wat we vaak zien, is dat jongeren vooral worstelen met een gebrek aan afgestemde nabijheid. Ouders dénken dat ze nabij zijn, maar missen wat het kind werkelijk nodig heeft.We bedenken als ouder te veel zelf wat goed zou zijn, in plaats van vanuit ons eigen ongemak werkelijk dichtbij te blijven en in gesprek te gaan over wat het kind echt nodig heeft.”
Waarom emoties zo heftig zijn in deze fase
Dat de puberteit zo intens voelt, is volgens Jacob niet gek. “Je lichaam verandert razendsnel, je brein ontwikkelt volop, er komen nieuwe hormonen bij. Je wereld wordt tegelijkertijd groter: een middelbare school is veel complexer dan de basisschool. Nieuwe vriendschappen, een grotere sociale kring, misschien kerk, sportvereniging, nieuws, sociale media: al die prikkels komen erbij. Terwijl je brein nog niet volledig is uitgerust om alles te verwerken.
Daar komt nog iets bij wat vaak wordt onderschat: de eerste verliefdheden: "Iets wat prachtig kan zijn, maar ook extreem ontwrichtend. Veel ouders doen dat weg als “kalverliefde”, terwijl de binnenwereld van een jongere soms compleet door elkaar wordt geschud. De eerste liefdes en hoe ouders daarop reageren hebben een enorme impact op de ontwikkeling. Dat zien we keer op keer terug in onderzoek én in de praktijk."
Wil je meer horen over dit onderwerp? Luister dan het hele gesprek hieronder terug!




