
Jan Pool over ongeneeslijk ziek-zijn, geloven en verwachten: "Wat er ook gebeurt met mijn leven, het is goed"
6 mei 2026Ze dachten eerst aan een hernia. Maar toen de MRI-uitslag binnenkwam, bleek het iets heel anders: uitzaaiingen van kanker in de botten. Spreker en schrijver Jan Pool kreeg de diagnose ziekte van Kahler, een ongeneeslijke vorm van beenmergkanker. Bij Thijs & Jorieke vertelt hij openhartig over zijn weg sindsdien, over zijn worsteling met geloof en genezing, en over de vraag die alles veranderde. Zijn ervaringen schreef hij op in het boek Mij ontbreekt niets.
Ondraaglijke pijn
De ziekte van Kahler is kanker die in het beenmerg zit; het weefsel diep in de botten waar belangrijke afweercellen worden aangemaakt. "Het zit uiteindelijk in al je botten," legt Jan uit. Bij hem begon het met ondraaglijke pijn in zijn bovenrug. Na fysiotherapie, manuele therapie en zelfs chiropractie bleek bij een MRI wat er echt aan de hand was. "Ik kreeg het bericht: het is geen hernia, maar u heeft uitzaaiingen van kanker."
Veertien maanden verder gaat het, naar omstandigheden, redelijk. “Als ik terugkijk, het is nu een maand of veertien na de diagnose, voel ik me emotioneel en geestelijk eigenlijk best goed. Maar fysiek is het een heel zwaar jaar geweest. Op dit moment lijkt de kanker redelijk onder controle en wordt de medicatie afgebouwd. De bijwerkingen nemen af en ik heb weer wat meer energie. Dus de afgelopen weken zit ik in een betere fase.”
Drie scenario's
Kort na de diagnose benoemden Jan en zijn vrouw Marijke drie mogelijke scenario's: bovennatuurlijke genezing door God, herstel via de medische wereld, of thuiskomst bij God. Ze kozen voluit voor het eerste, maar zonder de medische weg links te laten liggen. "We geloven dat God nog steeds een God van wonderen is. En daar willen we maximaal voor gaan."
Concreet betekende dat vrienden met een genezingsbediening die langs kwamen. Marijke legt Jan elke avond de hand op en bidt voor genezing, al veertien maanden trouw. En Jan zelf is Psalm 103:1-5 als een soort medicijn gaan gebruiken. "Ik moet pillen slikken, chemo, weet ik wat. Maar ik wil ook Uw pil slikken. Prijs de Heer mijn ziel en vergeet niet één van zijn weldaden. Die teksten heb ik gewoon tot me genomen en dat doe ik nog steeds elke ochtend."
De woestijn in
Toch sloop er iets mis. Jan merkte dat hij krampachtig bezig was: met betekenisvol zijn via zijn updates op sociale media, met het tellen van likes, en met de vraag wat hij moest doen om genezing te ontvangen. Hij ontving ook mailtjes van mensen die zeiden dat hij te weinig geloof had of de medische wereld los moest laten. "Ik werd er een beetje onrustig van."
Op 7 april vorig jaar schreef hij in een update aan zijn intimi dat hij de woestijn in moest. Vijftig dagen lang trok hij zich terug. Ergens na dag zeven of acht klonk er een vraag in hem: Jan, is het genoeg voor jou dat Ik van je hou? "Dat was een hele indringende vraag. Van: kun je daar verder mee leven, met die wetenschap dat Ik van je hou, en dat je voor de rest niet meer zo betekenisvol leeft als je zou willen?"
Het duurde even voor hij er antwoord op kon geven. Maar toen hij dat deed, met zijn verstand en als een heel bewuste keuze, kwam er rust. "Ja, het is genoeg dat U van me houdt. En toen was die drive ook weg. Ik wilde niet meer posten om mezelf het gevoel te geven: zie je wel, je bent weer zinvol."
Maximaal uitstrekken én in de realiteit leven
Wat Jan beschrijft klinkt tegenstrijdig: tegelijk maximaal verwachten dat God geneest, én leven met de realiteit dat het wonder misschien niet komt. Toch klopt het helemaal voor Jan. Hij wijst op Abraham, zoals Paulus over hem schrijft in Romeinen 4. "Hij zag de realiteit onder ogen, zijn eigen lichaam, de leeftijd van Sara, en tegelijkertijd geloofde hij dat God wonderen kon doen. Ik heb in mijn eigen leven nu gemerkt dat dat dus mogelijk is. Dat twee ogenschijnlijk tegenstrijdige dingen kunnen samenvloeien en dat je daarmee kunt leven."
Het doet hem ook denken aan de drie vrienden van Daniël, voor de vurige oven. "Die zeiden: wij geloven dat onze God ons kan redden uit deze oven. Maar ook als Hij het niet doet, zullen wij God niet verloochenen. Daar leef ik mee tot nu toe. Als het wonder niet gebeurt, dan geloof ik dat God me op dat moment de genade geeft om dat te kunnen dragen. Maar dat ga ik nu niet allemaal al van tevoren zitten bedenken."




