
Nikolaas Sintobin en Romy Kersten over dankbaarheid: "Het wordt je gegeven"
1 juli 2026Voor Nikolaas Sintobin is danken de genade teruggeven aan God. Voor Romy Kersten was het de sleutel uit een diepe depressie op haar twaalfde en later uit een geloofscrisis. Samen schreven ze er een dagboek over: Dankretraite. Bij Thijs en Jorieke schuiven ze aan om te vertellen over de kracht van dankbaarheid.
De genade teruggeven
Nikolaas legt uit waarom dankbaarheid veel meer is dan een goed gevoel. In het Frans gebruiken ze voor 'danken' het woord 'rendre grâce'. Letterlijk betekent dat: de genade teruggeven. Nikolaas: "Danken betekent dat je met je hoofd en met je hart merkt: dit goede dat mij overkomt, komt niet van mezelf. Het is een geschenk. En als christenen geloven we dat de gever van dat geschenk God zelf is. In die zin is danken eigenlijk bidden."
Hoe meer je oefent in dankbaarheid, hoe sterker je antennes worden, zegt hij. "Ga je dag na met de leesbril van de dankbaarheid, dan ga je niet alleen de grote hoogtepunten opmerken. Maar ook die cappuccino, het kind dat gelachen heeft, het bloemetje dat je ziet. Kleine dingen waarvoor je dankbaar kunt zijn." Dankbaarheid overkomt je ook soms zomaar. "Je beslist niet om dankbaar te zijn. Dankbaarheid wordt je gegeven. Ook dankbaarheid is een genade."
"Tennis was mijn God"
Voor Romy begon de weg naar dankbaarheid op een dieptepunt. Ze groeide op als topsporter, tennis was haar hele leven. "Tennis was mijn God, om het zo maar te zeggen. Ik was er dag en nacht mee bezig. Ik ging altijd in tenniskleding naar school, ik was het tennismeisje." Maar vanaf haar twaalfde werd het donker. Een combinatie van prestatiedruk, haar vader als coach, haar ouders die het moeilijk hadden en de onzekerheid van de puberteit. "Van mijn twaalfde tot mijn vijftiende ben ik wel zwaar depressief geweest."
Ze huilde veel, beschadigde zichzelf, ging bijna wekelijks naar de psycholoog. En met geloof had ze niks. "Mijn beeld was: geloof is of voor mensen die alleen maar regeltjes volgen omdat ze bang zijn, of voor mensen die het leven niet aankunnen." Totdat ze tijdens corona een fitnessvlogger volgde. Een sterke, coole vrouw die de Bijbel las bij haar ontbijt. "Ik dacht: ik ken nu tenminste één iemand die cool is en gelooft. Misschien is het niet zo raar." Ze begon te merken dat ook topsporters openlijk over geloof spraken. "Dat zijn allemaal geen zwakke mensen."
Praten tegen het plafond
Op een avond, haar ouders ruzie beneden, zijzelf er helemaal doorheen, zette ze een video aan over geloofsvragen. Daarna deed ze iets wat ze zelf niet begreep. "Ik ben op mijn bed gaan zitten en heb gezegd: waarom bent u hier? Als er ook maar 1% is dat er een God bestaat, hoor mij dan. Help mij om hier uit te komen." Ze hoorde zichzelf hardop zeggen: Romy, je bent nu echt gek geworden, je praat tegen je plafond. "En toch vond ik het stiekem heel fijn om dat kwijt te kunnen."
Er was geen lichtflits. Geen bijzonder moment. Maar ze bleef bidden, al wist ze nog niet dat het bidden was. En geleidelijk aan veranderde er iets. Eén van de eerste momenten waarop ze echt merkte dat ze christen was geworden, was toen ze spontaan dacht: Wauw, dank U wel God, voor die vlinder. "Dat was iets heel natuurlijks. En dankbaarheid was daarin een sleutel."
Een geloofscrisis en een dagboekje
Jaren later raakte Romy opnieuw in een crisis, dit keer een geloofscrisis. Bidden lukte bijna niet meer. Ze dacht terug aan wat haar de eerste keer had geholpen, nog voordat ze überhaupt gelovig was. "Dankbaarheid. Dus ik ben weer hetzelfde dankbaarheidsdagboekje gaan kopen." Langzaam opende zich daardoor opnieuw de weg naar gebed. "Het hielp mij om niet altijd bezig te zijn met de grote, zware dingen van het leven, maar ook gewoon: ik sta vandaag op, ik heb leven gekregen, en daar ga ik vandaag mee werken."
De wond is nog vers, geeft ze eerlijk toe. En soms bidt ze nu: Heer, help mij dankbaar te zijn. Help mij te geloven dat u het beste met mij voorheeft, ook al weet ik niet waarom het zo is gelopen. "Dankbaarheid helpt mij om die duurzame wandel met God te blijven lopen. En om in een dal te weten: dit gaat ooit voorbij. Het maakt het dal misschien niet minder diep, maar je weet: er gaat weer een moment komen dat ik vol ben van God."
Dankbaarheid als oefening
Nikolaas ontmoette een jongen die dankbaarheid op een heel diep punt leerde kennen. Hij gaf ooit een retraite aan zeventienjatigen, waar een jongen vertelde dat zijn vader was gestorven na een lange en slopende ziekte. "Hij zei: datgene waar ik het meest dankbaar voor ben, is de dood van mijn vader." De hele klas keek hem stomverbaasd aan. "Hij legde uit hoe pijnlijk het geweest was, maar ook hoe hij daardoor ongelooflijk gegroeid was als jonge man en een ander iemand geworden was."
Die beweging, van pijnlijke ervaringen naar dankbaarheid, is precies wat het boek je wilt leren: "Je neemt je ervaring ernstig en gaat steeds terugblikken, niet alleen op de glorierijke momenten, maar op alle mogelijke ervaringen." En misschien is dat ook het mooiste aan dankbaarheid: dat het je leert zien dat Gods liefde niet verandert met je gevoel.




